
Op de eerste ochtend van mijn stedentrip Praag loop ik over de Karelsbrug richting de Oude Stad en krijg al snel het gevoel alsof ik midden in een sprookje ben gestapt. De binnenstad is vrijwel ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog gekomen. De oude, kronkelige straatjes met kinderkopjes en de eeuwenoude gevels zorgen ervoor dat ik constant omhoog blijf kijken. In Praag zie je geen replica's. Waar andere Centraal-Europese steden de littekens van de geschiedenis dragen in de vorm van naoorlogse reconstructies, voelt Praag nog precies zo aan als eeuwen geleden, alsof de tijd er simpelweg een beetje heeft stilgestaan. Het is een stad met twee kanten: aan de ene kant romantisch en een beetje geheimzinnig, alsof achter elke hoek een oud verhaal verstopt zit. Aan de andere kant is het er gezellig en levendig, vooral als je ergens binnenstapt voor een warm Tsjechisch gerecht of een goed glas bier. En daar ben ik eens even goed voor gaan zitten, want dit land wordt niet voor niets wereldwijd gezien als de bakermat van het pilsener bier.
Waarom Praag je verrast
Wat die eerste ochtend op de brug al liet zien, is precies wat Praag anders maakt dan de meeste steden die je voor een stedentrip overweegt: er is hier weinig nagebouwd. Boedapest, Warschau en delen van Berlijn zijn na de oorlog grotendeels gereconstrueerd, maar de binnenstad van Praag bleef grotendeels intact, met middeleeuwse en barokke gevels die er nog precies zo bijstaan als op oude prenten. Dat geeft de stad een gelaagdheid die je niet meteen verwacht als je alleen de ansichtkaartfoto's van de Karelsbrug kent: naast de bekende bezienswaardigheden vind je binnenplaatsen, doorsteekjes en wijken die nauwelijks veranderd zijn. En dan is er nog het andere deel van de verrassing, het deel waarvoor ik die avond ging zitten: Tsjechië brouwt al eeuwen bier, de kwaliteit is er hoog en de prijs verrassend laag, soms zelfs lager dan een flesje water. Praag is dus allebei tegelijk, geschiedenis om doorheen te dwalen en een stad waar je 's avonds gewoon lekker aan tafel gaat.
Voor wie Praag een match is
Praag past goed bij mensen die van geschiedenis en architectuur houden maar geen zin hebben in een dure stedentrip: het prijsniveau ligt duidelijk onder dat van Amsterdam, Parijs of Wenen, zeker als het om eten, drinken en bier gaat, en dat maakt de stad ook aantrekkelijk voor wie met een beperkt Praag-budget reist. De compacte, wandelbare binnenstad maakt het een fijne bestemming voor een lang weekend, en met de vroege ochtenden op de Karelsbrug of een rustige wandeling door Malá Strana zit er ook rust in, voor wie dat zoekt. Houd je van uitgaan, dan is er 's avonds ook genoeg te doen. Minder geschikt is Praag voor wie juist natuur, strand of totale rust zoekt: dit is en blijft een van de drukst bezochte steden van Europa, en dat merk je vooral rond de belangrijkste bezienswaardigheden in het hoogseizoen.
Wat je niet mag missen
De Karelsbrug (Karlův most) bezoek je het mooist vlak na zonsopgang, voordat de toeristenstroom op gang komt. De middeleeuwse voetgangersbrug verbindt de Oude Stad met Malá Strana en is versierd met dertig standbeelden van heiligen, met uitzicht over de Moldau en de burcht. Ik liep er in de vroege ochtendmist bijna alleen, en dat beeld is me het meest bijgebleven.
Het Oude Stadsplein met het Astronomisch Uurwerk verken je het beste rond het hele uur, wanneer de klok tot leven komt. Het plein wordt omringd door pastelkleurige gevels en de Týnkerk, en de klok uit 1410 laat elk uur een mechanische parade van de twaalf apostelen zien. Voor mij is dit een van die plekken waar ik gewoon een paar minuten bleef staan kijken, omdat iets al eeuwenlang precies hetzelfde blijft werken.
De Praagse Burcht (Pražský hrad) verdient een halve dag, al is het maar om ook de Sint-Vituskathedraal vanbinnen te zien. Het complex geldt als het grootste aaneengesloten kasteel ter wereld en omvat paleizen, binnenpleinen en de gotische kathedraal met haar glas-in-loodramen. Vanaf de burchtmuren keek ik uit over een zee van rode daken, en dat uitzicht alleen was de klim al waard.
De Joodse Wijk (Josefov) doorkruis je het rustigst vroeg op de dag, voordat de groepen er zijn. De wijk overleefde de Tweede Wereldoorlog opvallend intact en herbergt goed bewaarde synagogen en de Oude Joodse Begraafplaats, waar duizenden grafstenen kriskras door elkaar staan. De serene sfeer tussen die grafstenen is me meer bijgebleven dan ik vooraf had verwacht.
Malá Strana (de Minderstad) ontdek je het beste te voet, zonder vaste route. De wijk aan de voet van de burcht ligt vol barokke paleizen, verborgen tuinen en het waterrijke Kampa-eiland. Ik dwaalde hier doelloos door de steegjes, en dat was precies waar ik na de drukte van de Oude Stad behoefte aan had.
De Petřín-heuvel bereik je met een kabelbaantje dat zelf al de moeite waard is. Boven vind je een zestig meter hoge uitkijktoren, een mini-versie van de Eiffeltoren, omringd door rozentuinen en een wijds uitzicht over de stad. Deze plek gaf me precies de groene adempauze die ik na een dag stadswandelen nodig had.
Discotheek Karlovy Lázně bezoek je als je van de stad ook 's avonds iets wilt zien: met vijf verdiepingen is dit de grootste discotheek van Centraal-Europa, gevestigd in een voormalig badhuis uit de 15e eeuw. Elke verdieping heeft een eigen muziekstijl, van hiphop tot techno, en ik heb zelden onder één dak zo'n gevarieerde avond beleefd.
Praktisch
Wanneer. Praag is het hele jaar door te doen, maar april tot en met juni en september-oktober geven doorgaans de prettigste combinatie van mild weer en iets minder drukte dan in juli en augustus. Zomer is warm en zonnig, maar ook het hoogseizoen met de meeste toeristen en de hoogste prijzen. Winter is koud maar sfeervol met kerstmarkten, als je daar geen moeite mee hebt.
Hoeveel. Reken op een richtbedrag van zo'n €30 tot €40 per persoon per dag aan eten en drinken, met lokaal bier en Tsjechische kost voor relatief weinig geld. Een hostelbed begint rond de €25 per nacht, een middenklasse hotelkamer ligt eerder tussen de €70 en €100. Directe retourvluchten vanaf Schiphol met KLM, easyJet of Transavia kosten indicatief tussen de €50 en €150, afhankelijk van seizoen en boekingsmoment.
Hoe. Vanaf Schiphol vlieg je in ongeveer anderhalf uur rechtstreeks naar Praag, meerdere keren per dag. Vanaf de luchthaven ben je met de Airport Express-bus in zo'n 30 tot 40 minuten in het centrum bij station Praha hlavní nádraží. Reis je liever met de trein, dan zit je vanaf Amsterdam ruim 12 uur onderweg, wat vooral leuk is als je onderweg nog een andere stad wilt aandoen.
Eerlijk gezegd
Praag is een van de populairste stedentripbestemmingen van Europa, en dat voel je: rond de Karelsbrug en het Oude Stadsplein is het in het hoogseizoen dringen, en juist die drukte trekt zakkenrollers aan, vooral op en rond de brug. Ook in restaurants in de toeristische kern moet je opletten: sommige rekenen brood of sausjes apart aan zonder dat duidelijk op de kaart te zetten, of werken met een handgeschreven rekening die net iets hoger uitvalt dan afgesproken. Niets om je bezoek door te laten bederven, maar wel iets om rekening mee te houden.
Die eerste ochtend op de Karelsbrug, met de mist nog boven de Moldau en de stad nog half in slaap, is het beeld dat is blijven hangen. Alsof Praag me toen al liet zien wat de rest van de reis zou bevestigen.
Stephan Koning
Reisexpert en oprichter van EuropaReisMatch.nl. 20 jaar ervaring in Europa, 51 landen bezocht. Een passie voor de verborgen parels ver buiten de toeristische routes.
Meer over Stephan →Praktisch
Beste reisperiode, budget & veiligheid voor Tsjechië