
Ik zit naast mijn zoontje in de stoeltjeslift, omhoog naar het kasteel van Vianden. Onder ons wordt het dorp steeds kleiner; het uitzicht vanuit die lift is spectaculair. Boven lopen we over een smal pad naar de poort, en eenmaal binnen hebben we de grootste lol. Hij wil alles zien en alles weten. De wapenkamer, de keuken, de slaapkamers — niks slaat hij over. Het kasteel is zo goed gerestaureerd dat je je echt even in de middeleeuwen waant.
Daarna lopen we over de kasseien naar beneden, het stadje in, en ik bedenk me dat Luxemburg zijn geschiedenis opvallend goed bewaard heeft. Elk dorp dat ik zag had diezelfde authentieke, verzorgde uitstraling. De volgende dag deden we een interactieve wandeling door het bos. Zo'n mooie, afwisselende bestemming. En dat op vier uur rijden vanuit Nederland.
Waarom Noord-Luxemburg je verrast
Zeg "Luxemburg" en de meeste mensen denken aan banken, kantoren en een hoofdstad vol glas. Een vakantie in Noord-Luxemburg ziet er anders uit. Hierboven, in de streek die de Luxemburgers zelf Éislek noemen, plooit het land zich in diepe valleien en dichte bossen, en op bijna elke rotspunt staat wel een kasteel of een ruïne. Het is hetzelfde gevoel als in die stoeltjeslift boven Vianden: je kijkt naar beneden en ziet eigenlijk alleen maar natuur en oude stenen. Dit is gewoon de Ardennen — hetzelfde massief dat doorloopt tot in België — alleen dan met een opvallend gave laag geschiedenis eroverheen.
Wat verrast, is hoe stil en groen het is voor zo'n welvarend landje. Je hebt hier de rivieren de Our en de Sûre, een groot stuwmeer en wandelroutes die tot de betere van Europa worden gerekend. De bezienswaardigheden liggen bovendien dicht op elkaar: je rijdt in een halfuur van een middeleeuwse burcht naar een meer of een kloof. Voor een gebied dat zo dichtbij ligt, voelt het verrassend afgelegen.
Voor wie Noord-Luxemburg een match is
Dit is een bestemming voor wie de natuur in wil zonder ver te reizen: wandelaars, fietsers, gezinnen die hun kinderen buiten willen laten ravotten, en liefhebbers van kastelen en geschiedenis die niet per se een drukke stad zoeken. Wie houdt van een rustig basiskamp met dagtrips naar burchten, bossen en het water, zit hier goed, en wie graag met de auto van dorp naar dorp trekt, vindt steeds iets nieuws. Het is ook een prima plek om bij te komen: weinig haast, veel ruimte, en 's avonds een terras in een dorp dat er al eeuwen zo bij ligt. Minder geschikt is het als je zon, zee en strand zoekt, als je leeft voor stadsdrukte en nachtleven, of als je geen auto wilt nemen — het openbaar vervoer is gratis, maar de kleine plekken bereik je er niet altijd makkelijk mee. Twijfel je of dit bij je past, dan zegt het type reiziger hierboven waarschijnlijk al genoeg.
Wat je niet mag missen
Het kasteel van Vianden (Château de Vianden) is het visitekaartje van de streek en de logische plek om te beginnen. Het werd tussen de elfde en veertiende eeuw op een rotspunt boven het stadje gebouwd, is sinds 1977 staatsbezit en volledig in oude glorie hersteld; voor het mooiste perspectief neem je de stoeltjeslift naar het platform erboven. Met mijn zoontje was dit het hoogtepunt: hij wilde elke zaal zien, en het voelde echt alsof we eeuwen terug stapten.
Het witte kasteel van Clervaux (Klierf) bezoek je niet zozeer om het kasteel zelf, maar om wat erin huist: de fototentoonstelling The Family of Man van Edward Steichen. Die collectie staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO en toont via portretten van over de hele wereld de gewone, universele dingen van een mensenleven. Het kasteel was voor mij eerlijk gezegd bijzaak; die foto's bleven langer hangen.
De burchtruïne van Bourscheid (Château de Bourscheid) torent zo'n 150 meter boven de bochten van de Sûre uit, wat een van de weidsere uitzichten van het land oplevert. Je dwaalt er over de oude vestingmuren, en rijd je er 's avonds langs, dan lichten spotlights de muren van een afstand al op. Dat weidse uitzicht over de rivier is wat me van deze plek het meest is bijgebleven.
Het Natuurpark van de Boven-Sûre (Lac de la Haute-Sûre) ontdek je het best met je zwemspullen mee. Rond het grote stuwmeer, ingeklemd tussen steile, beboste hellingen, kun je zwemmen, kajakken of luieren op de grasstranden, en aan de voet ervan ligt het dorpje Esch-sur-Sûre in een scherpe bocht van de rivier, onder een oude burchtruïne. Hier hoefde even niets, en dat was precies de bedoeling.
Het muziekbos Klangwee (Hoscheid) loop je met kinderen: een interactieve route van zo'n 6,5 kilometer langs houten klankstations en grote instrumenten — xylofoons, windgongs, klankschalen — waar ze zelf muziek mogen maken. Dat maakt van een boswandeling eerder een avontuur dan een verplicht nummer. Dit was de interactieve boswandeling uit het begin van dit verhaal, en voor mijn beide kinderen het leukste van de hele reis.
Het Mullerthal (Müllerthal), ook wel Luxemburgs Klein Zwitserland genoemd, ligt net ten zuiden van de streek maar is een dagtrip waard. Je klautert er door kloven langs metershoge zandsteenformaties en watervalletjes zoals de Schiessentümpel; bij de Heringer Millen in Waldbillig beginnen de mooiste routes en ligt een grote speeltuin met een brasserieterras ernaast. Het klauteren door die kloven was voor mijn beide kinderen één groot avontuur.
Praktisch
Wanneer. De beste reistijd voor Noord-Luxemburg loopt van het late voorjaar tot in de herfst, grofweg mei tot en met september. De zomer is hoogseizoen — dan is er onder meer het middeleeuwse festival bij het kasteel van Vianden — terwijl de herfst rustiger is en de bossen op hun mooist kleuren. In de winter zijn de grote kastelen open, maar is het er guur en grijs en ligt de stoeltjeslift stil.
Hoeveel. Reken erop dat Luxemburg niet goedkoop is. Een tweepersoonskamer in het middensegment kost al snel zo'n €100 tot €160 per nacht, een eenvoudige maaltijd ergens tussen de €15 en €25, en de toegang tot een kasteel als Vianden rond de €13 per volwassene (kinderen flink minder). Daar staat tegenover dat het openbaar vervoer in het hele land gratis is, wat een hoop scheelt. Houd dit als richtbedrag aan; prijzen schuiven per jaar wat op.
Hoe. Vanuit Nederland rijd je in ongeveer 3,5 tot 4,5 uur naar het noorden van Luxemburg — zo'n 350 kilometer vanaf Amsterdam, minder vanuit het zuiden. Een auto is handig, want de kastelen, meren en dorpen liggen verspreid. Wil je toch met het openbaar vervoer, dan reis je via Luxemburg-Stad noordwaarts; bussen en treinen zijn gratis, al rijden ze naar de kleinste plekken minder vaak.
Eerlijk gezegd
Eén ding om rekening mee te houden: Noord-Luxemburg is uitgestrekt en de mooie plekken liggen verspreid over valleien en heuvels. Het gratis openbaar vervoer klinkt ideaal, maar naar de kleine dorpen en de afgelegen burchten rijden de bussen niet vaak, dus zonder auto ben je beperkt in wat je op een dag ziet. Daar komt bij dat het weer in de Ardennen wisselvallig is — ook in de zomer kan een dag grijs en nat uitpakken — en dat de stoeltjeslift bij Vianden buiten het seizoen (ruwweg de wintermaanden) stilligt, terwijl die juist het mooiste uitzicht op het kasteel geeft. Plan dus iets ruimer dan je zou denken, en pak een goede jas mee.
Wat me bijblijft is dat moment in de stoeltjeslift, mijn zoontje naast me, het dorp dat onder ons wegzakt en het kasteel dat steeds groter wordt — allebei even stil van het uitzicht.
Stephan Koning
Reisexpert en oprichter van EuropaReisMatch.nl. 20 jaar ervaring in Europa, 51 landen bezocht. Een passie voor de verborgen parels ver buiten de toeristische routes.
Meer over Stephan →